Een eigen lapje grond

Dit artikel verscheen eerder in 'De Archiefvriend', het kwartaalblad van de Stichting Vrienden van het Nationaal Archief van de Nederlandse Antillen *

Van wie is dat huis? Van wie is die grond? Dat zijn vaak gestelde vragen en soms is dat gemakkelijk te achterhalen. Dikwijls echter worden de formaliteiten niet in acht genomen en de stelling "het was van mijn overleden vader, dus nu is het van mij" is wel verklaarbaar, maar niet altijd correct. Over het vinden van een bewijs van eigendom, een testament in dit geval, gaat dit artikel.

Boven Otrobanda

De gronden van de Westwerf lagen deels op de berg van Otrobanda en behoorden toe aan Jan Ernst van der Meulen. In de tweede helft van de negentiende eeuw verkocht hij grond in kleine stukken, waardoor ook de gewone man (en vrouw) een eigen perceel kon bezitten.

Een van die nieuwe eigenaren was de sigarenmaakster Rufina Maria Brugman die tegen betaling van 150 gulden een stuk grond van 14 bij 15 vierkante meter, of te wel 2 Aren en 10 Centiaren, verkreeg en daarop een huis liet zetten. De verkoop werd op 24 juni 1882 door een akte bij notaris Jan Hendrik Schotborgh geformaliseerd [1]. Het huidige perceelnummer is Curašaostraat 17.

Curašaostraat

Zij heeft daar een aantal jaren gewoond en zoals wel vaker gebruikelijk is kwamen na haar overlijden familieleden in het huis te wonen. De grond en het daarop gebouwde bleef zo in familiebezit en niemand die daar ooit wat over opmerkte, totdat enkele jaren geleden een kennis van mij het oog op het inmiddels kale stukje grond liet vallen. Bij de notaris werd navraag gedaan wie de eigenaar was en omdat die nooit in het bezit van iemand anders was overgeschreven, kwam toen naar voren dat de grond officieel nog steeds op naam van Rufina Maria Brugman staat.


Inmiddels waren ook de vermeende rechthebbenden opgespoord en een van hen wist te vertellen dat er een testament geweest was. De notaris stelde daarop de volgende lijst met vragen op, zodat mijn kennis in het Centraal Historisch Archief (dat inmiddels Archivo Nashonal heet) zelf onderzoek kon doen en vroeg om kopieŰn te maken van:

  • De akte van koop en verkoop van 24 juni 1882;
  • De geboorteakte, overlijdensakte en het testament van Rufina Maria Brugman;
  • De geboorte-, huwelijks- en overlijdensakte van de vermeende erfgename en van haar echtgenoot;
  • Tevens nagaan of de vermeende erfgename en/of haar echtgenoot een testament had;
  • Tevens nagaan wie de kinderen uit dit huwelijk zijn.

Daarnaast overhandigde de notaris een overzicht van hetgeen nodig is om een verklaring uit het Centraal Testamentregister te kunnen verkrijgen:

  • een overlijdensakte, waarop ook de geboortedatum vermeld staat, indien de geboortedatum er niet op vermeld staat dient die akte tegen betaling bij het Bevolkingsbureau te worden gehaald;
  • een zegelpapier van 10 gulden van de Landsontvanger, loket 1;
  • een formulier Model E eveneens bij de Landsontvanger, maar loket 2, tegen betaling van 25 gulden.

Geconfronteerd met deze waslijst en dit overzicht kwam mijn kennis bij mij terecht om hulp.

Archiefonderzoek

Het is duidelijk dat onderzoek in het Centraal Testamentregister niet snel tot resultaat zal leiden, omdat in dit geval zowel de geboortedatum als de overlijdensdatum onbekend is. Daarom werd besloten om eerst te gaan zoeken in de Registers van de Burgerlijke Stand.

In de klappers op de huwelijken en echtscheidingen werd gezocht naar het huwelijk van de vermeende erfgename en dat vonden we in 1914. Daarna werd in de klappers op de geboorten gezocht naar kinderen uit dat huwelijk. In 1915 vonden we een dochter, in 1916 een zoon en in 1918 weer een dochter.

[N.B. de akten van geboorte uit die periode zijn niet openbaar. Slechts na schriftelijk verzoek van een direct belanghebbende kan de akte ter inzage worden gegeven. Zover hoefden we hier niet te gaan.]

In de klappers op de overlijdens werd gezocht op de achternaam Brugman(s). Daar vonden we drie potentiŰle treffers:
- in 1904 het overlijden van Henrietta Brugman
- in 1908 het overlijden van Sophia Petronella Brugman
- in 1916 het overlijden van Rufina Brugmans.

De laatste wijst het beste naar de gezochte akte, maar na opvragen en inzien schijnen we niet wijzer te worden: de overledene (dus Rufina Brugmans), was overleden in het Stadsdistrict op 2 april 1916 in onbekende ouderdom, zij was geboren te Curašao, zij was ongehuwd en haar ouders waren onbekend. Toch zijn we een stukje verder gekomen, want dit overlijden viel kort na bovengenoemd huwelijk en de geboorte van het eerste kind.

De volgende stap was het zoeken in de notariŰle archieven. Over onderzoek in notariŰle akten werd eerder door Gibbes geschreven [2].

In de gezochte periode waren er op Curašao twee notarissen in functie: Cornelis Gorsira (van 1893 tot 1919) en Jan Hendrik Rudeloff Beaujon (van 1897 tot 1919). Omdat de laatste opvolger was van de bovengenoemde notaris Schotborgh werd bij hem begonnen.

In de Inventaris NotariŰle Protocollen [3] vonden we dat onder de nummers 270 en 271 het "alphabetische register op de repertoria, opgesteld naar de benamingen [270] van de akten en naar de namen van de personen [271] van notaris J.H.R. Beaujon" is bewaard.

Uit het Notarieel Archief werden deze archiefnummers opgevraagd en in archiefnummer 270 vonden we bij de testamenten op 29 oktober 1915 de inschrijving van het testament van Rufina Maria Brugmans. Vermeld werd tevens dat het een openbare akte betreft. Met rode inkt was later de vermelding "geregistreerd" toegevoegd. Het testament nummer is 2272.

Met deze datum konden we de protocollen notariŰle akten van deze notaris uit 1915 opvragen (archiefnummer 183) en daarin vonden we het testament.


Het testament

Heden den negen en twintigsten October negentienhonderd en Vijftien,

Verscheen voor Jan Hendrik Rudeloff Beaujon, notaris, standplaats hebbende op Curašao, in tegenwoordigheid van de Heeren Johan Leent, geemployeerde en Jacob Balbino Sasso, brievenbesteller, beiden wonende op Curašao, mij notaris bekend, als getuigen,

Mejuffrouw Rufina Maria Brugman, zonder beroep, wonende op Curašao, den notaris bekend.

Die door duidelijk verstaanbare teekenen aan mij notaris, in tegenwoordigheid der getuigen kenbaar gemaakt heeft, dat zij niet kan spreken ten gevolge van verlamming in haar spraakvermogen; dat zij ook niet kan schrijven, daar zij dat nooit geleerd heeft, maar dat zij goed kan hooren, en heeft zij, door bemiddeling van den Heer Herman Forbes Schotborgh, beŰdigden tolk voor de inlandsche taal, alhier wonende en mij bekend, door teekens, vragen en hoofdbewegingen, in tegenwoordigheid der getuigen, mij haar verlangen kenbaar gemaakt om haar testament te maken, waarna zij op dezelfde duidelijke en verstaanbare wijze haar uitersten wil heeft opgegeven, zoo als die door mij notaris terstond is in geschrift gebracht.

De comparante gaf te kennen:

"Tot hare erfgenamen te benoemen Mevrouw Cornelia Catharina Schrils en hare dochter Lygia, geboren uit haar huwelijk met den Heer Jorge Sutherland, voor gelijke deelen, etc.

Te legateren aan Antoinette, die haar opgepast heeft, wonende op de gronden Juicio, in het derde district, - haar nicht, - haar kleerkast en andere meubelen."

Vervolgen heb ik notaris den bovenstaanden uitersten wil voorgelezen, die aan de comparante door den translateur in de inlandse taal werd vertolkt,

en heb ik haar door bemiddeling van den tolk afgevraagd, of het voorgelezene haar uitersten wil bevat, waarop door haar met een bevestigende hoofdbeweging werd beantwoord, hebbende dit alles, de voorlezing, vertolking, afvraging en beantwoording, in tegenwooordigheid der getuigen plaats gehad.

Waarvan akte

Verleden te Willemstad op Curašao, den negen en twintigsten October negentienhonderd en vijftien, in tegenwoordigheid der voormelde getuigen. Na voorlezing der geheele akte, die onder mijnen minuten in bewaring blijft, is die door den beŰdigden tolk, de getuigen en den notaris onderteekend, terwijl de comparante reeds in den aanvang kenbaar had gemaakt dat zij niet schrijven kan.

[was getekend]
H. Schotborgh
J. Leent
J.B. Sasso
J.H.R. Beaujon

Afschrift uitgegeven 29 Dec 1915.
No. 391. Geregistreerd op Curašao den vierden october 1900 en zeventien, De ontvanger [was getekend] J. Statiusmuller


Gewapend met dit testament kon het juridisch eigendom van de grond worden vastgesteld.

-----
[1] Koopakte van 24 juni 1882. Notaris Jan Hendrik Schotborgh. Nummer 2520.
[2] Drs. F.E. Gibbes, De Archiefvriend, (10), Maart 2004, pagina 1-8.
[3] Aanwezig op de studiezaal bij de toegangen, nummer 7. De inleiding is lezenswaardig voor degenen die zich in deze materie willen verdiepen.

- - - - -

* de website van de Vrienden is te vinden op www.archiefvriend.com